|
De
boerderij van de fam. Drost aan de Bolswarderweg, waar al vele
pleegkinderen een goed tehuis vonden.
Goed,
zo is het dus gekomen, maar waarom neem je van het ene op het
andere moment, zonder ervaring, meerdere pleegkinderen in huis ?
Dat moet bijna een roeping zijn.
Diny: Eigenlijk denk ik dat de basis is gelegd door mijn
oma. Mijn oma was ook een pleegkind, dit wisten we pas achteraf,
maar ik heb het altijd wel gevoeld. Mijn moeder was ook iemand
waarbij de deur altijd openstond. Dan kwam de ene voor een aantal
maanden en dan weer een ander. Ik was dus gewend om allemaal
mensen in huis te hebben en zette dit voort. Ik ben nooit alleen
thuis geweest. En mijn moeder is nog steeds niet veranderd. Ze is
inmiddels 82 jaar, woont nog steeds zelfstandig en meent dat ze
nog iedere dag “die oude mensen” in de verzorgingstehuizen op
moet zoeken. Geweldig toch..
Ik
heb overigens in 1977 en 1978 wel de opleiding MBO sociale
dienstverlening gevolgd om toch wat basis te hebben. Daarna heb ik
10 jaar lang aspirant-pleegouders training gegeven ter
voorbereiding op wat komen zou.
Waren
er ook momenten tijdens de opvang dat jullie het ook niet meer
wisten ? Oh
ja hoor, meerdere malen. Als er sprake was van een definitieve
plaatsing, dan stond het pleegkind altijd onder toezicht van
justitie en we konden altijd terugvallen op het maatschappelijk
werk. Als het niet meer ging, hing ik dan ook meteen aan de lijn.
Dan kwamen ze soms meerdere malen per week langs en dan gingen we
toch maar weer verder. Feit was, dat wij de laatste optie als
pleeggezin waren. En met dat in je achterhoofd,
ga je weer verder en zet je de schouders er maar weer
onder. Er waren dan ook heel erg beschadigde kinderen bij.
Kinderen die hier kwamen met een incompleet dossier. Men kon niet
altijd achterhalen wat zo’n kind allemaal had meegemaakt. In
principe konden wij vaak door goed te observeren het dossier
compleet maken. Ondanks dat het kind niet altijd kon zeggen wat er
was gebeurd, konden wij dit door ervaring wel aan het gedrag van
het kind zien. In onze ogen zijn er dan ook geen probleemkinderen,
het zijn allemaal kinderen met een probleem. Kinderen worden zo
gemaakt en eigenlijk is er altijd sprake van ouders met problemen.
En heel vaak zie je dit dan generatie op generatie herhalen. Het
grootste probleem bij al die pleegkinderen is het
hechtingsprobleem. Ouders kunnen ook door hun verleden vaak geen
structuur bieden aan hun kind en ook deze ouders hebben meestal
problemen met hun ouders gehad, waardoor zij zich ook niet goed
kunnen hechten. Het kind weet dan vaak ook niet beter dan dat het
gedrag van zijn vader en moeder normaal is.
Ik
kan je een voorbeeld noemen. We hadden een pleegdochter van 18
jaar. Destijds werd er een wetswijziging doorgevoerd, waardoor je
volgens de wet volwassen was bij 18 jaar in plaats van 21 jaar.
Zij vertrok ’s nachts tussen oud & nieuw toen de wet in
werking trad. Ze is vrij snel hierna getrouwd, gescheiden en heeft
nu een zoon van 14 jaar. De zoon woont op dit moment bij zijn
vader, onze pleegdochter is verdwenen en niemand weet waar ze zit.
Hier zie je dat ze zich niet aan ons heeft kunnen hechten, niet
aan haar man en zelfs niet aan haar eigen kind. Gelukkig heeft dit
kind een goede band met zijn vader. Maar als dat ook een probleem
is, kun je er vanuit gaan dat dit kind in de toekomst dezelfde
problemen krijgt.
Als
je te maken hebt met een gezin met deze problemen, dan krijgt het
kind zoveel ruimte in zo’n gezin, dat het zich hiermee geen raad
weet. Wij bieden de kinderen structuur en dan gaat het langzaam
aan wel weer beter. Sommige pleegkinderen kunnen zich voor de
buitenwereld prima gedragen. Feitelijk spelen ze een rol. Zodra je
ze loslaat en het kind niet in staat is die structuur zelf vast te
houden, gaat het meteen weer bergafwaarts. Het ene kind heeft meer
overlevingsdrang dan de ander en is ook positiever ingesteld. Soms
kun je wel inschatten welk kind het in de toekomst gaat redden en
welke niet. En als we er alles aan hebben gedaan, heb ik er vrede
mee. Maar in de meeste gevallen is het moeilijk als je ziet dat
zo’n kind het uiteindelijk niet redt. Vergeet niet dat er ook al
een aantal kinderen overleden is en dat er een aantal is dat
inmiddels gevangenisstraffen heeft uitgezeten.
Is
er dan nooit een periode geweest dat jullie dachten, ik doe het
niet meer! Diny: Er
zijn
perioden
geweest dat we door ouders van pleegkinderen werden bedreigd en
geterroriseerd. En dit meerdere jaren lang, maar opgeven…nee
nooit! We waren vaak het laatste station voor een pleegkind. En
klaarblijkelijk komt er dan een moederinstinct bovendrijven. We
kwamen toen en komen nu altijd op voor het belang van de kinderen,
ook al ging dit toen ten koste van de veiligheid van het hele
gezin.
Ik
vond het altijd erg naar als anderen tegen mij zeiden: “Ik zou
het niet kunnen, wat jullie doen voor die kinderen”. Dan dacht
ik altijd, je kan het wel, maar je wilt het niet. Of heel
pijnlijk: ”Jullie doen het voor het geld….” Wel heb ik mijn
verwachtingen ten aanzien van pleegkinderen heel erg moeten
bijstellen. Ik dacht dat ik ervoor kon zorgen dat ze het later ook
goed kregen. Nu is het zo dat ik mijn verwachting in zoverre heb
bijgesteld, dat wij ervoor proberen te zorgen dat het kind zich
bij ons goed voelt en het goed doet en dat is al prima. De kracht
van ons gezin is ook, dat we veel kinderen tegelijk kunnen
opvangen en ook meerdere uit één gezin. Bovendien kan een kind
daarom met de ene ruzie maken, met de andere janken of spelen. Er
is altijd wel iemand om je ei bij kwijt te kunnen.
Het
klinkt nu net of we een poel van ellende hebben meegemaakt. Maar
dat is niet waar. We hebben bovenal veel positieve ervaringen
gehad en dat zorgde ervoor dat onze energie nooit op was. Een
aantal van de kinderen hebben al hun negatieve ervaringen benut om
nu anderen van dienst te kunnen zijn. Het negatieve draait zich
hierom in het positieve.
Op
dat moment komt Aukje van der Heide de keuken binnenlopen. Zij is
één van de eerste pleegkinderen die ooit bij de familie Drost
heeft gewoond. Samen met haar twee kinderen Tsjalling (7) en
Jetske (13) Faber komt ze binnenkort weer bij de familie Drost
wonen. Ze wordt binnenkort zelfstandig ondernemer en gaat vanuit
de boerderij 24-uurs zorg aan b.v. ouders van kinderen met ADHD
bieden. Ze geeft aan dat ook zij wellicht pleegkinderen gaat
opnemen. Aukje is dus een voorbeeld van iemand die wat met haar
negatieve ervaringen is gaan doen.
In
1994 viel jullie zoon Christof van het dak waardoor hij niet meer
kan lopen. Wat voor invloed heeft dat gehad ? Diny: Achteraf
denk ik dat daar het breekpunt was. Ik heb toen mezelf niet de ruimte gegeven om de emoties
die hierbij hoorden te laten gaan. Ik ben doorgegaan in de waan
van de dag. De kinderen Vermaning waren hier in die tijd en dat
waren kinderen met veel problemen. Agnes is na het ongeluk bij ons
komen wonen. We hebben meteen de kamer verbouwd en alles aangepast
voor Christof. Ik heb die jaren teveel van mezelf gevergd. In 1999
ben ik aan het werk gegaan bij “Blijf van mijn lijf”. Ik heb
hier een huis opgezet voor jeugdige prostituees. Al met al hadden
we pleegkinderen, ik mijn baan, Wim zijn baan en dit was duidelijk
teveel. In 2001 kreeg ik een burn-out. Het maatschappelijk werk
wilde de kinderen weghalen. Dit wilden wij absoluut niet, je doet
je eigen kinderen toch ook niet weg. Wim heeft toen alle zorg
overgenomen. Toen hebben we besloten geen nieuwe kinderen meer aan
te nemen, maar wie bij ons woonde mocht uiteraard blijven. Op dat
moment waren Bianca de Jong, George en Glen Willemsen bij ons. Ik
heb toen het winkeltje opgezet. Maar het bloed kruipt, waar het
niet kan gaan. George is gebleven en Riekje Lycklama à Nijeholt
is weer terug en woont inmiddels in het appartement. Nu ook Aukje
weer terugkomt, krijgen we toch weer wat pleegkinderen terug.
Wim:
We hebben wel afgesproken dat er geen nieuwe kinderen meer komen.
Als ze Diny morgen zouden bellen met een nieuw crisiskind, dan zou
ze ze meteen weer in huis halen. Maar ik wil het niet meer. Ik heb
inmiddels de Cirkel overgenomen van Diny. Diny is nu gastouder en
vangt overdag 7 verschillende kinderen op op verschillende
dagdelen. Dat vind ik prima, maar ik vind het ook heerlijk dat ze
’s avonds weer naar hun ouders gaan. De verantwoording van een
pleegkind is een 24-uurs verantwoording, je moet alles regelen en
er komt zoveel meer bij. Hier heb ik geen zin meer in.
George
Willemsen schuift aan en vertelt:
Wim is hier als vader een rolmodel voor vele kinderen geweest. Hij
zegt niet zoveel, maar als het nodig is, is hij er voor je. Hij is
een echte doener en van hem heb ik veel praktische dingen geleerd
zoals wassen en koken. Hij is zeer pragmatisch.
Hoe
hebben jullie eigen kinderen het al die tijd met pleegkinderen
ervaren ? Wim:
Onze
eigen kinderen zijn hierin meegegroeid, ze wisten niet beter.
Christof heeft er de meeste moeite mee gehad. Vincent lijkt het
meest op Diny en heeft ook qua opleiding en werk het meest in die
richting gedaan. Christof en Gaston lijken meer op mij. Wij zijn
meer doeners. Als je Vincent zou bellen, zou hij ook meteen
kinderen opvangen. Het zou zeker niet de keuze zijn van Christof
en Gaston.
En
hoe ziet de toekomst er nu voor jullie uit? Diny:
Wim heeft nog drie werkdagen te gaan bij Sara Lee. Dan gaat hij als
59-jarige met pré-pré-pensioen. Dus breekt er weer een andere
tijd aan. Maar voldoende te doen. De Cirkel is er, het
internetbedrijfje is er. We gaan weer verbouwen voor de komst van
Aukje met haar kinderen en ik heb mijn gastouderopvang nog. En
ach, wie weet loopt er over een aantal maanden wel weer een aantal
pleegkinderen rond. Bovendien heb ik hier nog kisten met foto’s
liggen van alle pleegkinderen. Ik wil van ieder pleegkind een
fotoboek maken en waar het nog kan ze de fotoboeken aanbieden. Ik
heb dus niets van al die jaren opgeschreven, maar deze foto’s
roepen voldoende beelden op. Dat is mijn manier om het af te
sluiten. En dat is meteen een mooi einde van het interview.
Nu
ik het op schrijf, is het een lang verhaal geworden. Maar ik wil
en kan niets schrappen. Het is te boeiend en het interesseert me
mateloos. Wat een respect voor dit echtpaar. Een echtpaar dat aan
de ene kant veel energie en strijdlust uitstraalt, maar anderzijds
ook heel rustig kan zijn. Ik denk dat ik nog maar een topje van de
ijsberg heb gehoord en dat maakt het respect alleen maar groter.
In elk geval namens Doarpsnijs hartelijk bedankt voor het
interview en de openheid in het gesprek.
|